Methode
HomeNEMESISMethodeResultaten veldwerk

Resultaten veldwerk

Deze paragraaf beschrijft de resultaten van het veldwerk van de eerste meting van NEMESIS-3. Er wordt stilgestaan bij de respons, bij kenmerken van de steekproef en bij kenmerken van de interviews (videobellen, aanwezigheid derde persoon, mening over het interview).

Respons

Selectie geschikte personen
De steekproeftrekking resulteerde in een totale steekproef van 14.585 geschikte adressen. Deze adressen werden benaderd door de interviewers. Bij het eerste contact bleek echter soms dat een persoon niet in aanmerking kwam voor het onderzoek. Bijvoorbeeld vanwege problemen met de Nederlandse taal of een cognitieve beperking (zie figuur). Na uitsluiting van deze personen bleef een steekproef van 12.133 geschikte personen over. Zij werden door de interviewers benaderd voor deelname aan het onderzoek.

Respons en non-respons
De 12.133 geschikte personen in de steekproef werden meerdere keren door de interviewers benaderd voor deelname. De figuur toont de redenen van personen om niet deel te nemen bij de laatste contactpoging (zie figuur). De meest genoteerde reden was een weigering (bij 37% van de benaderde personen), gevolgd door geen contact (8%). In totaal hebben 43% van de benaderde personen tijdens een contactpoging deelname geweigerd. Een deel hiervan heeft op een later tijdstip toch meegedaan aan dit onderzoek. Van de weigeraars ná de eerste lockdown, noemde slechts een klein deel (2,1%) angst voor besmetting door corona als reden voor weigering. Gedeeltelijke non-respons, waarbij het interview niet volledig werd afgenomen, kwam bijna niet voor. Dit komt door de interviewmethode (face-to face met behulp van een computer). Uiteindelijk hebben 6.194 personen meegedaan aan de eerste meting van NEMESIS-3.

De deelname van 6.194 van personen aan de eerste meting van NEMESIS-3 komt overeen met een ongewogen respons van 51,1%. Aangezien onder de personen met wie geen contact is geweest ook niet-geschikte personen zitten (bijvoorbeeld vanwege cognitieve problemen), moet hiervoor gecorrigeerd worden. Dit resulteert in een ongewogen gecorrigeerde respons van 51,2%. Ten slotte is de respons gewogen vanwege de gebruikte steekproefprocedure. Net zoals in eerder onderzoek (NCS-R ​(Kessler et al., 2004)​, ESEMeD ​(Alonso et al., 2004)​ en NEMESIS-2 ​(de Graaf et al., 2010)​ is in de derde veldwerkfase namelijk een zogenaamde “endgame” strategie toegepast. Hierbij werd slechts een derde van de niet geïnterviewde personen uit fase 1 en 2 opnieuw benaderd met speciale wervingsinspanningen. Deze selectie representeerde dus een grotere groep niet geïnterviewde personen uit fase 1 en 2. Daarom telt elke geslaagde deelname uit deze derde fase drie keer mee bij de gewogen respons. De uiteindelijke gewogen respons komt daarmee op 54,6%. Van de in totaal 6.194 respondenten zijn er 5.312 geïnterviewd in fase 1, 674 in fase 2 en 208 in fase 3.

Conclusie respons
Het responspercentage van NEMESIS-3 was 54,6%. We weten niet of psychische aandoeningen even vaak vóórkomen bij mensen die wel of niet aan de studie meegedaan hebben. Uit eerdere NEMESIS-studies weten we dat respondenten die niet meer deelnamen aan een vervolgmeting even vaak een psychische aandoening hadden als mensen die wel bleven deelnemen, na correctie voor demografische verschillen tussen deze groepen ​(de Graaf et al., 2010)​. In NEMESIS-3 zagen we ook dat respondenten die in de drie verschillende veldwerkfasen zijn geïnterviewd niet van elkaar verschilden in het vóórkomen van de hoofdgroepen psychische aandoeningen in de afgelopen 12 maanden. Dit resultaat werd ook gevonden in NEMESIS-2. Dit laat zien dat moeilijk te overtuigen of moeilijk te bereiken mensen even vaak psychische aandoeningen hadden als de andere respondenten.

De NEMESIS-studies, en met name NEMESIS-2 en NEMESIS-3, kennen een zeer intensieve wervingsmethode. Voor NEMESIS-3 resulteerde dit in een respons van 54,6%. Dit is lager dan de eerste meting van NEMESIS-1 in 1996 (64,2% ​(Bijl et al., 1998)​) en van NEMESIS-2 in de periode 2007-2009 (65,1% ​(de Graaf et al., 2010)​). Deze dalende respons is in lijn met de internationale trend van dalende responspercentages in allerlei typen enquêtes ​(De Leeuw, E., Hox, J., & Luiten, A, 2018)​. Deze daling wordt toegeschreven aan maatschappelijke veranderingen (zoals kleinere huishoudens, balans tussen werk en privéleven en privacykwesties), technologische innovaties (zoals mobiele telefoons en enquêtes), afnemend vertrouwen in enquêtes en toenemende enquêtelast ​(Beullens et al., 2018)​. In de ESS die tussen 2006 en 2018 werden uitgevoerd, daalde het responspercentage bijvoorbeeld van 59,8% naar 49,6%.

Een klein deel van de daling van het responspercentage in NEMESIS-3 kan komen door de gebruikte personensteekproef. In NEMESIS-2 was gekozen voor een steekproef van huishoudens met de laatste-verjaardag-selectiemethode van individuen. Deze wijze van steekproeftrekking kent nadelen, maar gaat doorgaans gepaard met een lager percentage aan weigeringen (www.europeansocialsurvey.org: ronde 9 ESS-steekproefrichtlijnen). De lagere respons in NEMESIS-3 kan ook het gevolg zijn van de coronapandemie. Hoewel angst voor besmetting niet vaak expliciet als reden voor non-respons werd opgegeven, hadden de interviewers het gevoel dat dit wel vaker meespeelde als reden voor weigering. Door de coronapandemie moest het veldwerk drie keer worden stopgezet. Daardoor zat er soms meer tijd tussen het versturen van de informatie over het onderzoek en daadwerkelijk contact met potentiële respondenten. We gaan ervan uit dat dit ook een negatief effect heeft gehad op de respons.

Met vergelijkbare wervingsinspanningen was het omzetten van weigeringen (en non-contacten) in fase 2 en 3 in NEMESIS-3 lager dan in NEMESIS-2. De respons in fase 1-3 was in NEMESIS-3 namelijk 42%, 16% en 13%; en dat was in NEMESIS-2 43%, 28% en 20%. Het lijkt erop dat mensen tegenwoordig minder geneigd zijn om mee te doen als ze eerder hebben geweigerd.

Kenmerken van de steekproef

De steekproef heeft een gemiddelde leeftijd van 47,9 jaar [SD = 16,4] en 50% bestond uit vrouwen (zie eerste kolom tabel). Het meest voorkomende opleidingsniveau was hbo of universiteit (42%); 67% woonde samen met een partner; 68% had een betaalde baan; en 17% was van niet-Nederlandse herkomst. De respondenten weerspiegelden de Nederlandse bevolking redelijk goed (datum: 1-1-2020; www.cbs.nl; zie laatste kolom tabel). Personen van 18-34 jaar, mensen met mbo, havo of vwo als hoogst afgeronde opleiding, mensen die niet met een partner wonen, mensen die in grotere steden wonen en mensen van niet-Nederlandse herkomst waren echter enigszins ondervertegenwoordigd.

Er is een wegingsfactor gemaakt om te kunnen corrigeren voor verschillen in responspercentages tussen verschillende demografische groepen. Met deze wegingsfactor wordt ook gecorrigeerd voor verschillen in de kans op selectie in veldwerkfase 3. Met deze wegingsfactor kunnen de resultaten van analyses gegeneraliseerd worden naar de algemene bevolking van Nederland. Voor het maken van de wegingsfactor zijn de volgende demografische kenmerken van de bevolking uit 2020 gebruikt: geslacht, leeftijd, partnerstatus (al dan niet samenwonend), opleidingsniveau (drie categorieën) en stedelijkheid (zes categorieën). Deze gegevens zijn afkomstig van het CBS. De weegfactor is gemaakt met het statistiekprogramma R ​(Team, 2021)​, met behulp van het ‘survey’-pakket ​(Lumley, 2010)​. Na weging kwam de verdeling van de demografische kenmerken van de onderzochte respondenten zeer dicht bij die van de Nederlandse bevolking.

Conclusie steekproef
De steekproef van NEMESIS-3 was landelijk representatief. Toch waren bepaalde groepen een beetje ondervertegenwoordigd, namelijk mensen van 18-34 jaar, hoger opgeleiden, mensen die niet met een partner wonen, mensen die in grotere steden wonen en mensen van niet-Nederlandse afkomst. Mannen waren nauwelijks ondervertegenwoordigd, dat was wel het geval bij de eerdere NEMESIS-studies ​(Bijl et al., 1998; de Graaf et al., 2010)​. Ook was het responspercentage bij personen van 18-24 jaar in NEMESIS-3 relatief hoog. In NEMESIS-2 was dit de leeftijdscategorie met de laagste respons ​(de Graaf et al., 2010)​. Mogelijk komen deze verschillen in de respons van mannen en jongvolwassenen doordat we in NEMESIS-3 gebruik maakten van een aselecte steekproef van personen in plaats van adressen. Een personensteekproef wordt minder beïnvloed door fouten in de selectie dan de laatste-verjaardag-methode bij een adressensteekproef (www.europeansocialsurvey.org: ronde 9 ESS-steekproefrichtlijnen). Wellicht heeft de persoonlijke aanschrijving ook een rol gespeeld in de motivatie deel te nemen. Ten slotte waren de mannen en jongvolwassenen door de coronapandemie vaker thuis en daardoor beter bereikbaar dan bij de eerdere NEMESIS-studies.

Kenmerken van de interviews

In totaal zijn gedurende de eerste meting van NEMESIS-3 6.194 respondenten geïnterviewd: 1.576 respondenten (25%) vóór en 4.618 respondenten (75%) tijdens de coronapandemie. Per geslaagd gesprek zijn er gemiddeld 4,5 contactpogingen geweest.

Online gesprekken
Verreweg de meeste interviews vonden plaats met behulp van een laptop tijdens een face-to-face interview bij de respondent thuis (zie figuur). Bij precies 500 respondenten (8%) werd het interview online afgenomen. Deze respondenten waren jonger, hoger opgeleid, hadden vaker een betaalde baan en woonden vaker in stedelijke gebieden. Respondenten met een online interview hadden even vaak enige psychische aandoening als respondenten met een face-to-face interview [ooit in het leven (OR= 1,10; 95% BI = 0,91-1,33) en in de afgelopen 12 maanden (OR=0,95; 95% BI = 0,76-1,19); gecontroleerd voor demografische kenmerken]. Dit was ook het geval als we dit berekenen bij alleen de 4.618 respondenten die werden geïnterviewd tijdens de coronapandemie.

Aanwezigheid derde persoon
Bij de benadering van de respondent werd aangegeven dat het interview het beste onder vier ogen kon plaatsvinden. Toch was bij een deel van de gesprekken een andere persoon in de kamer aanwezig (zie figuur). Bij bijna één op de tien van het totaal aantal interviews was dit voor minstens de helft van de tijd. Dit percentage was lager dan in NEMESIS-2 (13%).

Respondenten die werden geïnterviewd met een andere persoon minstens de helft van de tijd aanwezig, hadden in NEMESIS-3 minder vaak enige psychische aandoening dan de andere respondenten [ooit in het leven: OR = 0,76 (95% BI = 0,64-0,91); in de afgelopen 12 maanden: OR = 0,79 (95% BI = 0,63-0,99); gecontroleerd voor demografische kenmerken]. Dit is anders dan in NEMESIS-2, waar geen verschil in prevalentie werd gevonden ​(de Graaf et al., 2010)​. We hebben geen duidelijke verklaring waarom deze resultaten verschillen van onze eerdere studie. Mogelijk heeft de aanwezigheid van een derde persoon geresulteerd in onderrapportage. Het kan echter ook dat mensen met minder psychische problemen vaker instemden met de aanwezigheid van een derde persoon. De bevinding laat wel zien hoe belangrijk het is dat interviewers de respondenten op verschillende momenten uitleggen dat het interview één-op-één moet plaatsvinden.

Duur gesprekken
De gemiddelde duur van het interview was 91 minuten: 43 minuten voor het diagnostische instrument (de CIDI), en 48 minuten voor de aanvullende vragenlijst. De duur van het interview varieerde sterk, en was voornamelijk afhankelijk van het aantal psychische aandoeningen dat een respondent ooit in het leven heeft gehad. De video-interviews duurden gemiddeld 92 minuten.

Ervaring van de respondent
Na afloop van het gesprek werd aan de respondenten gevraagd hoe zij het interview hadden ervaren. Verreweg de meeste respondenten beoordeelden het interview positief (zie figuur). Vergeleken met degenen die een positieve evaluatie gaven, waren de respondenten met een  negatieve of neutrale ervaring vaker vrouw, zonder partner, zonder werk en woonachtig in stedelijke gebieden. Verder hadden zij vaker enige psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden of ooit in het leven, en hadden ze een langere interviewduur. Er werden geen verschillen gevonden voor andere demografische variabelen (leeftijd en opleiding) en wijze van interviewen (face-to-face of online). Het aandeel respondenten in NEMESIS-3 dat het interview positief evalueerde (82,9%) was veel hoger dan in NEMESIS-2 (67,9%). Dit is een belangrijke bevinding, vooral voor medisch-ethische commissies die de last van respondenten moeten beoordelen om deel te nemen aan studies zoals NEMESIS.

Referenties

  1. Alonso, J., Angermeyer, M. C., Bernert, S., Bruffaerts, R., Brugha, T. S., Bryson, H., Girolamo, G., Graaf, R., Demyttenaere, K., Gasquet, I., Haro, J. M., Katz, S. J., Kessler, R. C., Kovess, V., Lepine, J. P., Ormel, J., Polidori, G., Russo, L. J., Vilagut, G., … Vollebergh, W. A. M. (2004). Prevalence of mental disorders in Europe: results from the European Study of the Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD) project. In Acta Psychiatrica Scandinavica (No. s420; Vol. 109, pp. 21–27). https://doi.org/10.1111/j.1600-0047.2004.00327.x
  2. Beullens, K., Loosveldt, G., Vandenplas, C., & Stoop, I. (2018). Response rates in the European Social Survey: Increasing, decreasing, or a matter of fieldwork efforts? In Survey methods: Insights from the field (pp. 1–12). DEU.
  3. Bijl, R. V., Ravelli, A., & van Zessen, G. (1998). Prevalence of psychiatric disorder in the general population: results of the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). In Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology (No. 12; Vol. 33, pp. 587–595). https://doi.org/10.1007/s001270050098
  4. de Graaf, R., ten Have, M., & van Dorsselaer, S. (2010). The Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2): design and methods. In International Journal of Methods in Psychiatric Research (No. 3; Vol. 19, pp. 125–141). https://doi.org/10.1002/mpr.317
  5. De Leeuw, E., Hox, J., & Luiten, A. (2018). International Nonresponse Trends across Countries and Years: An analysis of 36 years of Labour Force Survey data. In Methods from the Field.
  6. Kessler, R. C., Berglund, P., Chiu, W. T., Demler, O., Heeringa, S., Hiripi, E., Jin, R., Pennell, B.-E., Walters, E. E., Zaslavsky, A., & Zheng, H. (2004). The US National Comorbidity Survey Replication (NCS-R): design and field procedures. In International Journal of Methods in Psychiatric Research (No. 2; Vol. 13, pp. 69–92). https://doi.org/10.1002/mpr.167
  7. Lumley, T. (2010). A Guide to Analysis Using R. John Wiley and Sons. Hoboken. In New Jersey.
  8. Team, R. C. (2021). R: A language and environment for statistical computing. R Foundation for Statistical Computing, Vienna, Austria. (http://www. R-project. org/.).

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    ten Have, M., Tuithof, M., van Dorsselaer, S., Schouten, F., de Graaf, R. NEMESIS Methode Resultaten veldwerk .Geraadpleegd op: 07 february 2023 .Trimbos-instituut, Utrecht