Kerncijfers psychische aandoeningen
HomeNEMESISKerncijfers psychische aandoeningenDemografische kenmerken

Demografische kenmerken

Deze paragraaf beschrijft in welke mate bepaalde groepen in de bevolking meer of minder vaak een psychische aandoening hebben. Hierbij is gekeken naar enige psychische aandoening en de hoofdgroepen van psychische aandoeningen ooit in het leven en in de afgelopen 12 maanden. Voor de specifieke psychische aandoeningen zijn de cijfers naar groepen in de bevolking te vinden bij de verdiepende informatie.

Ooit in het leven

De relatie tussen demografische kenmerken en het vóórkomen van een psychische aandoening ooit in het leven is bekeken voor geslacht, leeftijd, opleiding en herkomst. Verschillen tussen groepen die in de tekst worden genoemd, zijn significant, tenzij anders vermeld. De resultaten van de logistische regressie-analyses waarop deze significanties gebaseerd zijn staan in de tabellenbijlage.

Geslacht
Vrouwen hebben vaker ooit in het leven een psychische aandoening gehad dan mannen (52% versus 45%; zie figuur). Gekeken naar de hoofdgroepen is te zien dat vrouwen vaker een stemmings- en angststoornis hebben dan mannen. Mannen hebben echter vaker een middelenstoornis. Ook hebben mannen vaker ADHD in de kindertijd dan vrouwen.

Leeftijd
Ouderen (65+ jaar) hebben het minst vaak ooit in het leven een psychische aandoening gehad vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Dat geldt ook voor alle hoofdgroepen en ADHD (zie figuur). Jongvolwassenen van 25-34 jaar hebben juist het vaakst ooit in het leven een psychische aandoening. Dit is ook duidelijk zichtbaar bij een angst- en middelenstoornis.

Opleiding
Volwassenen met basisonderwijs, lbo, mavo of vmbo als hoogst afgeronde opleiding hebben vaker ooit in het leven een psychische aandoening gehad dan volwassenen met hbo of universiteit als hoogst afgeronde opleiding. Dit geldt ook voor stemmings- en angststoornissen en ADHD.

Herkomst
Volwassenen van niet-Nederlandse herkomst hebben iets vaker ooit in het leven een psychische aandoening gehad dan volwassenen met een Nederlandse herkomst. Dit geldt ook voor de drie hoofdgroepen. De verschillen zijn echter niet significant.

In de afgelopen 12 maanden

De relatie tussen demografische kenmerken en het vóórkomen van de psychische aandoeningen in de afgelopen 12 maanden is bekeken voor geslacht, leeftijd, opleiding en herkomst. En daarnaast ook voor: woonsituatie, werksituatie, inkomen en stedelijkheid, omdat deze betrekking hebben op het huidige leven. Verschillen tussen groepen die in de tekst worden genoemd zijn significant, tenzij anders vermeld. De resultaten van de logistische regressie-analyses waarop deze significanties gebaseerd zijn staan in de tabellenbijlage.

Geslacht
Vrouwen hebben vaker een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden dan mannen (28% versus 24%; zie figuur). Bij de hoofdgroepen zien we dat vrouwen vaker een stemmings- en angststoornis hebben dan mannen. Mannen hebben echter vaker een middelenstoornis. Ook hebben mannen vaker ADHD in de volwassenheid dan vrouwen.

Leeftijd
Met het toenemen van de leeftijd neemt het vóórkomen van een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden af. Dit geldt ook voor de hoofdgroepen: deze komen het vaakst voor bij 18-24-jarigen en het minst vaak bij 65+ers. Bij ADHD is er geen duidelijke samenhang met leeftijd.

Opleiding
Volwassenen met basisonderwijs, lbo, mavo of vmbo als hoogst afgeronde opleiding hebben vaker een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden dan volwassenen met een andere opleiding. Dit geldt ook voor het vóórkomen van een stemmings- en angststoornis en ADHD. Bij een middelenstoornis is het patroon omgedraaid, dit komt het meest voor bij volwassenen die HBO of universiteit hebben afgerond.

Woonsituatie
Volwassenen die zonder partner wonen hebben vaker een psychische aandoening dan volwassenen die met partner wonen. Dit geldt ook voor alle drie hoofdgroepen van aandoeningen en ADHD. Eén op de vijf volwassenen die met partner wonen (met of zonder kinderen) heeft enige psychische stoornis in de afgelopen 12 maanden; bij de andere groepen komt dit vaker voor.

Werksituatie
Volwassenen zonder betaald werk (werkloos of arbeidsongeschikt) hebben ruim twee keer zo vaak een psychische aandoening als volwassenen met betaald werk (52% versus 23%). Ook studenten hebben vaker een psychische aandoening, met name een middelenstoornis komt bij hen vaak voor (17%), vergeleken met werkenden. Gepensioneerden hebben het minst vaak een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden.

Huishoudinkomen
Met het toenemen van het inkomen, neemt het vóórkomen van een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden af. Dit patroon is ook zichtbaar bij stemmings- en angststoornis en ADHD. Een middelenstoornis komt in alle drie inkomenscategorieën ongeveer even vaak voor.

Herkomst
Volwassenen van niet-Nederlandse herkomst hebben vaker een psychische aandoening en alle hoofdgroepen van aandoeningen dan volwassenen met een Nederlandse herkomst. De verschillen zijn echter niet significant.

Stedelijkheid
Met het toenemen van de stedelijkheid van de woonplaats, neemt het vóórkomen van een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden toe. Dat wil zeggen: volwassenen die in de stad wonen hebben vaker een psychische aandoening dan volwassenen die in een minder stedelijk gebied wonen. Dit geldt ook voor alle hoofdgroepen. Bij ADHD is er geen duidelijke samenhang met stedelijkheid.

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    ten Have, M., Tuithof, M., van Dorsselaer, S., Schouten, F., de Graaf, R. NEMESIS Kerncijfers psychische aandoeningen Demografische kenmerken .Geraadpleegd op: 07 february 2023 .Trimbos-instituut, Utrecht