KOPP/KOV staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen (KOPP) en Kinderen van Ouders met een Verslaving (KOV). Het kan hierbij gaan om één of beide ouders. Het betreft ouders met onder andere stemmingsstoornissen, angststoornissen, ADHD of een alcohol- of drugsstoornis in de afgelopen 12 maanden. Naar schatting behoort ruim een kwart (27,9%) van alle thuiswonende kinderen tot en met 17 jaar in Nederland tot de KOPP/KOV-groep. Meer informatie over dit onderwerp is hier te vinden.
Landelijke omvang KOPP/KOV-groep
De cijfers zijn een schatting van het aantal ouders met een psychische aandoening of een verslavingsprobleem in Nederland die thuiswonende kinderen hebben.
Nederland telt volgens de DSM-5-criteria:
- 506.000 ouders met een psychische aandoening en/of verslaving met thuiswonende kinderen in de leeftijd tot en met 12 jaar
- 671.000 ouders met een psychische aandoening en/of verslaving met thuiswonende kinderen in de leeftijd tot en met 17 jaar
Het gaat hierbij om stemmingsstoornissen, angststoornissen, ADHD of een alcohol- of drugsstoornis in de afgelopen 12 maanden.
Ruim een kwart (27,9%) van alle thuiswonende kinderen tot en met 17 jaar in Nederland is KOPP/KOV:
- 664.000 KOPP/KOV tot en met 12 jaar
- 900.000 KOPP/KOV tot en met 17 jaar
Wat weten we nog meer over de totale groep KOPP/KOV tot en met 17 jaar?
- 44% van deze kinderen heeft een ouder met twee of meer psychische aandoeningen (392.000 kinderen)
- 13% heeft een ouder met een alcohol- of drugsstoornis (117.000 kinderen)
- 7% heeft een ouder met een dubbele diagnose: een stemmings- of angststoornis of ADHD én een alcohol- of drugsstoornis (59.000 kinderen)
- 52% heeft een ouder die in het afgelopen jaar contact had met een hulpverlener in de algemene gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg (466.000 kinderen)
Hoe hebben we de cijfers berekend?
In de berekening van het aantal KOPP/KOV wordt gebruikgemaakt van jaarprevalenties: er wordt gekeken of bij de deelnemers in de afgelopen 12 maanden sprake was van een psychische aandoening of een alcohol- of drugsstoornis. Van de deelnemers is ook bekend of zij kinderen hebben en wat de leeftijd van deze kinderen is. Op basis van deze gegevens is berekend hoeveel deelnemers met thuiswonende kinderen tot en met 17 jaar (of tot en met 12 jaar) een psychische aandoening hebben. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen volwassenen die kinderen in een eenoudergezin opvoeden en volwassenen die dit samen met een partner doen.
Meer informatie over de berekening van deze cijfers en de beperkingen bij het maken van de schatting zijn hier te vinden.
