Geen aanwijzing voor passender zorg voor mensen met ernstige stemmings-,angst- of middelenstoornis
Vergeleken met 12 jaar geleden speelt de algemene gezondheidszorg (AGZ) – vooral de huisartsenzorg – een belangrijkere rol in de zorg voor mensen met stemmings-, angst- of middelenstoornissen, maar ook hebben relatief meer mensen contact met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Voor mensen die ernstige vormen van deze aandoeningen hebben lijkt de zorg niet passender geworden. Twee op de tien mensen met een ernstige vorm van deze aandoeningen maakte alleen gebruik van de AGZ, vier van de tien GGZ en AGZ, en vier van de tien mensen kreeg in het afgelopen jaar geen professionele hulp.
Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de pagina Trends in zorggebruik en uitgebreider beschreven in een internationaal wetenschappelijk paper.
Relatief meer mensen met een matig ernstige aandoening gebruiken alléén de AGZ
Vergeleken met 12 jaar geleden heeft een groter deel van de mensen met een matig ernstige aandoening alleen contact met de algemene gezondheidszorg (AGZ). Bij mensen met een ernstige aandoening die alleen AGZ-zorg krijgen, ontvangt nu een groter deel een intensieve behandeling (dat wil zeggen minstens 8 behandelsessies per jaar, of een combinatie van minstens 4 sessies en het gebruik van medicijnen). De AGZ is dus een grotere rol gaan spelen in de zorg voor mensen met veelvoorkomende psychische aandoeningen. De invoering van de praktijkondersteuner huisartsenzorg ggz (POH-GGZ) in 2008 heeft hier waarschijnlijk aan bijgedragen.
Relatief meer mensen gebruiken de GGZ, stijging is gelijk voor milde en ernstige aandoeningen
Vergeleken met 12 jaar geleden hebben relatief meer mensen contact met de GGZ. Deze toename is even groot voor mensen met een milde, matig ernstige of ernstige aandoening. Als we kijken naar mensen die de GGZ gebruiken, zien we dat een kleiner deel van hen een intensieve behandeling krijgt dan 12 jaar geleden. Er zijn aanwijzingen dat deze afname mogelijk sterker is bij mensen met een ernstige aandoening.
Vier op de tien mensen met een ernstige aandoening ontvangt geen professionele zorg
Twee op de tien mensen met een ernstige aandoening maakte alleen gebruik van de algemene gezondheidszorg (AGZ). Dit is meestal een minder geschikte vorm van zorg voor deze groep. Vier op de tien mensen met een ernstige aandoening kreeg in het afgelopen jaar helemaal geen professionele zorg, ook niet via de AGZ. Redenen waarom een groot deel van deze mensen geen recente professionele zorg heeft ontvangen zijn nog onduidelijk. Uit ander onderzoek weten we dat geen of te late professionele zorg kan leiden tot ernstigere problemen of minder goed functioneren.
Drie op de tien ggz-gebruikers heeft geen recente psychische aandoening
Bijna 4% van de mensen zonder stemmings-, angst- of middelenstoornis in de afgelopen 12 maanden maakte gebruik van de ggz. Net als 12 jaar geleden geldt dat bijna al deze mensen wel andere kenmerken hebben die wijzen op een zorgbehoefte. Voorbeelden hiervan zijn functionele beperkingen of het eerder hebben gehad van een psychische aandoening.
