Verdiepende informatie psychische aandoeningen

– Paniekstoornis

De paniekstoornis wordt gekenmerkt door aanvallen van plotselinge en ernstige angst. De stoornis valt onder de hoofdgroep angststoornissen. Hieronder staat voor verschillende demografische kenmerken beschreven hoe vaak een paniekstoornis ooit in het leven en in de afgelopen 12 maanden vóórkomt. Hierbij worden de criteria van de DSM-5 aangehouden.

Diagnostische criteria

Van een paniekaanval wordt gesproken als er plotseling gevoelens van intense angst optreden die binnen enkele minuten een piek bereiken. Er is sprake van een paniekstoornis als er herhaaldelijke paniekaanvallen zijn en 1) iemand zich aanhoudend zorgen maakt over het krijgen van een volgende aanval of over de gevolgen van de aanvallen of 2) wanneer het gedrag wordt aangepast om paniekaanvallen te vermijden.

Een paniekaanval gaat gepaard met vier of meer symptomen uit onderstaande lijst:

  • Hartkloppingen
  • Transpireren
  • Trillen of beven
  • Ademnood
  • Gevoel naar adem te snakken
  • Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst
  • Misselijkheid
  • Duizeligheid
  • Opvliegers of koude rillingen
  • Verdovende of tintelende gevoelens
  • Derealisatie (gevoelens van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (het gevoel van verlies over de eigen persoonlijkheid)
  • Angst om gek te worden of de controle over zichzelf te verliezen
  • Angst om dood te gaan.

Het is mogelijk dat naast de paniekstoornis óók aan de criteria van een agorafobie wordt voldaan, in dat geval worden beide diagnosen toegekend.

Ooit in het leven

De tabel in deze paragraaf geeft het vóórkomen van een paniekstoornis ooit in het leven weer. Hierbij kijken we voor de totale bevolking en voor mannen en vrouwen apart naar het vóórkomen bij verschillende demografische groepen. De tabel geeft de resultaten weer in gewogen percentages en laat zien of er tussen de categorieën van de demografische groepen sprake van significante verschillen zijn (chi-kwadraat toets).

Afgelopen 12 maanden

De tabel in deze paragraaf geeft het vóórkomen van een paniekstoornis in de afgelopen 12 maanden weer. Hierbij kijken we voor de totale bevolking en voor mannen en vrouwen apart naar het vóórkomen bij verschillende demografische groepen. De tabel geeft de resultaten weer in gewogen percentages en laat zien of er tussen de categorieën van de demografische groepen sprake van significante verschillen zijn (chi-kwadraat toets).

Aanvullende informatie

Hoe te verwijzen

    ten Have, M., Tuithof, M., van Dorsselaer, S., Schouten, F., de Graaf, R. Verdiepende informatie psychische aandoeningen NEMESIS - Paniekstoornis .Geraadpleegd op: 07 february 2023 .Trimbos-instituut, Utrecht